De digitale voorhoede blijft de dagbladen trouw
22 september 2010
Deze groep, de digitale voorhoede, blijft de papieren dagbladen en opinietijdschriften lezen, al doen zij dat in combinatie met de bijbehorende websites. Zij lezen ook vaker boeken dan volgers. Hoewel de groep als ‘beeldbepalend’ wordt beschouwd, maakt ze in feite niet meer dan 2% van de Nederlandse bevolking uit. Dat stellen onderzoekers prof. dr. Frank Huysmans en prof. dr. Jos de Haan in de studie ‘Alle kanalen staan open, de digitalisering van mediagebruik’ van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP).
De studie is verricht om ontwikkelingen in de cultuurdeelname en mediagebruik van de Nederlandse bevolking in kaart te brengen. De belangrijkste conclusies uit de SCP-publicatie zijn:
• Het gebruik van nieuwe media, zoals krant lezen via internet of televisie-uitzendingen bekijken via internet of de smartphone, verspreidt zich minder snel dan vaak wordt gedacht.
• Toch zullen in 2015 breedbandinternet en smartphones hun voorlopers, respectievelijk smalband en ‘gewone’ mobiele telefoons, nagenoeg volledig hebben vervangen.
• Jongeren, hoogopgeleiden, autochtonen, betaald werkenden zijn de digitale voorhoede. Zij lopen voorop bij het uitproberen van nieuwe vormen van media, informatie en communicatie.
• Met uitzondering van de jongeren blijft de digitale voorhoede de ‘oude media’ trouw. Zij lezen vaker boeken dan volgers. Zij blijven ook de papieren dag- of opiniebladen lezen, al doen zij dat in combinatie met de bijbehorende websites.
• Jonge voorlopers halen hun nieuws en informatie voornamelijk van (mobiel) internet en gebruiken daarvoor nauwelijks de oude media zoals kranten en opiniebladen.
• Voorlopers hebben een brede belangstelling voor alles wat ‘nieuw’ is en zijn daarnaast ook op andere terreinen actief; zo zijn zij bijvoorbeeld grotere cultuurliefhebbers dan de volgers.
• Bij verspreiding en gebruik van digitale media behoort Nederland tot de Europese top.
De opkomst van nieuwe media
Eind 2008 besteedde op een willekeurige dag 48% van de Nederlanders tijd aan de gedrukte krant, slechts 4% las online een dagblad. Tijdschriften las 30% van de Nederlanders van papier en 1% van het scherm. Voor televisieprogramma’s keek 84% naar het televisietoestel, 3% keek direct via internet en nog eens 2% uitgesteld via bijvoorbeeld ‘Uitzending gemist’. Ook het luisteren naar de radio, het afspelen van gehuurde dvd’s en het bekijken van teletekst gebeurde eind 2008 nog veel vaker via de oude dan via de nieuwe media.
Breedband en smartphones in 2015 gemeengoed
Een kleine groep mensen loopt voorop bij het gebruik van nieuwe vormen van media, informatie en communicatie. Gemiddeld zijn zij vaker jong, man, hoog opgeleid en betaald werkend. Deze groep is beeldbepalend, maar omvat nog geen 2% van de bevolking. De acceptatie van nieuwe vormen van media, informatie en communicatie gaat minder snel dan de berichtgeving over nieuwe media suggereert. Over een periode van 5 tot 10 jaar zijn de veranderingen niettemin ingrijpend. Zo bevinden we ons in een periode van overgang van smalband naar breedband en van ‘gewone’ mobiele telefoons naar smartphones. Snelheid, flexibiliteit en mobiliteit van het mediagebruik zullen daardoor belangrijk toenemen. In 2015 zal die overgang goeddeels zijn voltooid.
Jongeren laten ouderen zien hoe het moet
Vooral de verschillen tussen jongeren en ouderen zijn groot. Nederlanders van rond de twintig besteden een kwart van hun totale mediatijd aan nieuwe digitale media. Boven de 45 jaar is dit een tiende van de mediatijd. Oudere generaties neigen ertoe aan hun bestaande gebruikspatronen vast te houden. Hoogopgeleiden en werkenden besteden meer tijd aan computer en mobiele toepassingen en minder aan de oude vormen dan laagopgeleiden of niet-werkenden. Laagopgeleiden zitten minder lang op internet en gebruiken het voor minder verschillende toepassingen dan hoogopgeleiden. Laagopgeleiden kijken wel veel televisie, in het bijzonder commerciële en ook regionale zenders. Zij lezen meer huis-aan-huisbladen en regionale dagbladen, en luisteren meer naar de lokale radio.
Grote gebruiksdiversiteit bij voorlopers
Voorlopers combineren het bezit en gebruik van nieuwe mogelijkheden (denk aan digitale tv, harddiskrecorders, smartphones, mobiel internet, spelcomputers) met het gebruik van oude media. De diversiteit van hun mediagebruik is veel groter dan die van de achterblijvers. Van de voorlopers, die vaak de nieuwe media gebruiken voor nieuws, leest 48% ook een papieren krant. Van de volgers doet 46% dat en van de achterblijvers 58%.
Nederland in Europa
Nederland heeft samen met de Scandinavische landen een koppositie in de toegang en het gebruik van (breedband)internet. In Nederland had 90% van de huishoudens toegang tot internet, tegen 65% in de gehele Europese Unie (EU27). Nederlanders bevinden zich met e-mailen en met de verspreiding van dvd-spelers en het aanbod van video on demand-diensten in de Europese voorhoede. Uitzondering op de koppositie is de acceptatie van digitale televisie (39% in NL tegen 52% in EU27). Voor wat betreft online kranten lezen bevindt ons land zich in de Europese middenmoot.
