Haal meer uit de NOM Printmonitor
25 april 2008
De NOM Print Monitor (NPM) heeft dit voorjaar behalve nieuwe bereikscijfers ook cijfers uit diverse nieuwe rapportages beschikbaar. Die nieuwe cijfers leren ons nog meer over de prestaties van dagbladen als advertentiemedium.
Welstand
Bereik is sowieso een belangrijke indice voor adverteerders, het geeft een helder beeld van het aantal doelgroeppersonen dat hun advertenties onder ogen krijgt.
In oktober 2007 is de nieuwe NPM voor het eerst gepubliceerd. Door nieuw veldwerk met een verse steekproef is het onderzoek representatiever geworden. Een andere verbetering is de introductie van de nummerbereikmethode. De respondenten wordt gevraagd op welke voorgaande zeven dagen zij de krant gelezen hebben.
Nieuw: dageditiebereik
Dankzij deze nummerbereikmethode zijn er vanaf nu bereikscijfers van alle dagelijkse edities van de krant. Van de Volkskrant bijvoorbeeld weten wij nu dat de maandagkrant gemiddeld 742.000 lezers trekt, terwijl de zaterdagkrant 1.186.000 lezers bereikt. Zo’n 60% meer dus. Hiermee kunnen mediaplanners gerichter plannen en op zoek gaan naar de dag waarop de meeste doelgroeppersonen in de krant te vinden zijn.
Nieuw: leesintensiteit
 |
Ook nieuw ten opzichte van de vorige NOM-rapportage is de leesintensiteit. Deze informatie geeft antwoord op de vraag: Hoeveel van de krant leest de lezer eigenlijk? Een belangrijk vraag voor adverteerders, want voor de werking van een advertentie is het bekijken van een pagina natuurlijk een eerste vereiste. Het geeft de ‘opportunity to see’ aan. |
Over die ’kans om gezien te worden’ hoeven mediaprofessionals zich niet druk te maken. De Nederlander blijkt zijn dagblad nauwkeurig te ‘spellen’. 77% Van de lezers geeft aan driekwart van de pagina’s of meer te bekijken. De adverteerder is daarmee verzekerd van een grote trefkans voor zijn advertentie.
Nieuw: leesduur
Ook heeft NOM in 2007 de vraag naar de leesduur aangescherpt. Er wordt nu onderscheid gemaakt tussen een doordeweekse krant en een weekend-editie. Leesduur is net als leesintensiteit een goede indicator van de kwaliteit van het bereik van een dagblad.
De gegevens over leesduur is door de vernieuwde vraagstelling heel nauwkeurig geworden. De leesduur doordeweeks schommelt voor veel betaalde kranten rond het gemiddelde van ruim een half uur. De weekendeditie kan op circa drie kwartier aandacht rekenen, maar er zijn titels die moeiteloos een uur halen. Trouw en NRC Handelsblad zijn daar voorbeelden van.
Meer titels in NOM
Als een titel te weinig waarnemingen heeft gescoord, blijft opname in het digitale bestand achterwege. De grens ligt op minimaal 200 waarnemingen op jaarbasis. Om toch over de noodzakelijke kengetallen te kunnen beschikken, is besloten voor alle dagbladen bereiksgegevens te publiceren. Voor de kleine titels zijn daarmee nu toch resultaten beschikbaar. Vanwege het geringe aantal waarnemingen, niet in de data, maar voor een aantal doelgroepen toch in de gedrukte NOM-rapportage. Daardoor zijn voor titels als Barneveldse Krant, Friesch Dagblad en De Gooi- en Eemlander nu ook bereikscijfers beschikbaar.
Een greep uit de resultaten
Welstand
Hiermee lichten we slechts een tipje van de sluier. De uitbreiding van het mediabereiksonderzoek levert weer een schat aan informatie op. Met het meten van het dagbereik, de leesintensiteit en de leesduur zijn dagbladen voor adverteerders meer accountable. Het plannen van dagbladen is daarmee een dimensie rijker geworden.